natuurpuntgent

                                             natuur27 2

nieuwsbrief ONTVANG DE NIEUWSBRIEF
nieuwsbrief WAARNEMINGEN

 

 twitter  facebook

Blikvanger

lente2 

Impressies uit Wallonië

Natuurpunt Gent heeft al vele jaren regelmatig contact met ‘Natagora Semois Ardennaise’, een afdeling van onze Waalse zustervereniging Natagora. De voorzitster van deze afdeling is Huguette Reynaerts, dochter van Maurice Reynaerts, de oprichter van Actiegroep Bourgoyen-Ossemeersen. De filmpjes die ze ons op regelmatige tijdstippen toestuurt, willen we jullie niet ontzeggen. Ze tonen alvast haar grote liefde voor de natuur. 

 

 

 

 


Fauna en Flora

De rietgors

De rietgors is een jaarlijkse broedvogel in de Latemse Meersen. Vroeger broedde hij in de ruigere percelen verspreid in het reservaat, maar de laatste jaren is het aantal broedende rietgorzen beperkt tot één of twee koppeltjes in het rietveld in de Baarle Frankrijkstlatemse meersen06raat. In het voorjaar kun je ze daar dan ook horen zingen en zijn de mannetjes in hun prachtige broedkleed vrij gemakkelijk te zien.

Spectaculair is de winterslaapplaats in het rietveld in de Baarle Frankrijkstraat. Van oktober tot april komen daar tientallen, soms wel meer dan 150 rietgorzen bijeen om te slapen. Wil je dit natuurfenomeen zien, kom dan 's avonds drie kwartier voor zonsondergang naar het rietveld. Een hoge fluittoon kondigt hun komst aan. De vogels landen dan in een steile duikvlucht en duiken op het laatste moment met een scherpe hoek het riet binnen. 's Ochtends verspreiden ze zich in de Leievallei op zoek naar onkruidzaden in ruigere hoekjes en op akkers die een tijdje onbewerkt bleven. Eigen ringonderzoek toont aan dat de vogels niet noodzakelijk elke nacht op dezelfde slaapplaats terechtkomen. De meeste vogels broeden trouwens noordelijker. In het Latemse rietveld hebben we al vogels waargenomen die afkomstig waren uit Nederland, Duitsland, Denemarken, Zweden en Noorwegen.

Vaak krijgen de rietgorzen het gezelschap van waterpiepers. Zij maken een geluidje met een trillertje in, zijn wat groter en gaan eerst rond het rietveld cirkelen voor ze hun slaapplaats opzoeken. In de winter van 2005-2006 werd het helemaal spectaculair toen ook enkele honderden spreeuwen in het rietveld kwamen slapen. Helaas heeft een zware sneeuwperiode al het riet toen plat gelegd, waardoor de slaapplaats ongeschikt werd voor de spreeuwen.

Bosrietzanger

latemse meersen07Half mei komen de bosrietzangers terug uit zuidelijk Afrika. In de Latemse Meersen broeden ze graag in de ruigere percelen langs de Kwakstraat. Het maaibeheer in ons reservaat houdt dan ook expliciet rekening met deze vogels. We behouden brede ruige randen en hier en daar blijven percelen ongemaaid om deze trekvogel broedkansen te bieden. Bosrietangers broeden in los broedverband in elkaars omgeving. De bosrietzanger is een onopvallende bruine vogel die evenwel heel luid zingt. Als je eind mei tot begin juli een dauwtrip maakt in de Kwakstraat, zul je ze zeker horen. Soms bootsen ze de zang van andere vogels na en in de Latemse Meersen was er ooit een vogel die de kippen in de kippenren van het cultureel centrum imiteerde. Onmiddellijk na hun aankomst bouwen de bosrietzangers een nest, gaan ze broeden en zodra de jongen zich min of meer kunnen behelpen, vertrekken ze in juli al zuidwaarts. Ze vliegen via de oostelijke route om via de Nijl hun overwinteringsgebieden in centraal en zuidelijk Afrika te bereiken. De jongen zwerven nog wat rond in de streek, maar volgen dan toch vrij snel hun ouders. Eind augustus zijn de bosrietzangers in onze streek verdwenen.

Ree

latemse meersen08Sinds 2005 hebben we constant twee reeën in de Latemse Meersen. Soms krijgen ze het bezoek van een derde dier. Wil je deze dieren zien, dan wandel je best 's ochtends vroeg of 's avonds net voor de schemering in de Kwakstraat. Kijk goed uit, want reeën zijn kleine dieren (ongeveer de grootte van een geit) en ze gaan al snel op in de hoge begroeiing. De beste kans om ze te zien heb je dan ook nadat de bloemrijke hooilanden in de Kwakstraat zijn gemaaid, meestal in de eerste helft van juli. De reeënpopulatie doet het heel goed in Europa. Zowel vanuit het zuiden (Wallonië, Vlaams-Brabant) als uit het westen (Frankrijk) rukken reeën op in West- en Oost-Vlaanderen. Reeënspecialist Jim Casaer van het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer toonde aan dat de reeënpopulatie in het centrum van Oost-Vlaanderen hier terecht is gekomen via uitzetting, wellicht door lokale jagers. In elk geval blijken ze de reeën zich hier thuis te voelen. In het voorjaar van 2006 kon zelfs de geboorte van het eerste reekitsje gevierd worden.

Weidevogels

Weidevogels als grutto, kievit, kuifeend, slobeend, krakeend enz. bekijk je best vanaf het brugje in de Baarle Frankrijkstraat. Buiten de zomer vind je er ook watersnippen en het is een vaste overwinteringsplaats van het bokje. Deze plek is ook altijd goed voor een verrassende waarneming van bijvoorbeeld zomertaling, ooievaar, zilverreiger, beflijster enz. We vragen uitdrukkelijk om de weides niet te betreden om de noodzakelijke rust van de vogels niet te verstoren.

De ijsvogel kun je vaak zien vliegen langs de Meersbeek. Het wandelpad op het dijkje tussen de Kwak- en de Meersstraat en de Meersbeek ter hoogte van de Baarle Frankrijkstraat zijn ideale plekken om deze vogel voorbij te zien flitsen.

latemse meersen vogels1

Nog wat soorten vinden in de Latemse meersen?

Steenuilen zijn vrij gemakkelijk waar te nemen in de Baarle Frankrijkstraat. 's Avonds hoor je de dieren daar roepen. Met een dosis geluk zie je ze overdag zitten op een knotwilg of een paaltje. Voor ransuil heb je de beste kans 's avonds ter hoogte van het rietveld in de Baarle Frankrijkstraat. In een zeldzaam geval zie je daar ook de kerkuil. De bosuil kun je gemakkelijk terugvinden langs de Kwakstraat. In juli moet je maar op zoek gaan naar de roepende jongen. Je zult verbaasd zijn hoe dicht je ze soms kunt benaderen. Langs dit pad kun je dan ook glimwormen zien liggen.

Voor roofvogels moet je wat geluk hebben, maar een wandeling door de meersen moet zeker een buizerd opleveren. Hij broedt op het einde van de Brakelmeersstraat, maar je kunt hem overal zien in de meersen. Hetzelfde geldt voor de torenvalk. Die heeft zijn nest langs het wandelpad tussen Kerk- en Kwakstraat. Wandel vanaf het gemeentehuis in de richting van de Kwakstraat. Als je net voorbij het populierenbos even blijft wachten, zul je zeker in het broedseizoen de torenvalk snel te zien krijgen. In juli vliegen de jongen uit en de vogels zijn dan vaak vrij luidruchtig. Boomvalk en wespendief zie je tijdens de zomerperiode bijna dagelijks en elke trekperiode zijn er wel eens visarenden te zien langs de Leie. Soms vliegen de arenden zeer hoog, maar we hebben er ook al één waargenomen die met een karper in de klauwen een rustig plekje opzocht.

Kleine karekieten kun je vanaf april gaan bekijken en beluisteren in het rietveld in de Baarle Frankrijkstraat. Ook ter hoogte van de Blekerij op het einde van de Meersstraat broeden enkele kleine karekieten. In het rietveld zul je ook de waterral horen (een luid geschreeuw). Het is een prachtig gekleurde vogel maar om hem te zien heb je een flinke dosis geluk nodig.

Sinds enige jaren broeden er weer futen op de Leie. Een fietstochtje op de jaagpaden tussen Gent en Deinze levert al snel een tiental broedende vogels op. Een teken dat de waterkwaliteit beter wordt. Buiten het broedseizoen zul je ook gemakkelijk dodaars kunnen waarnemen.

Voor meer waarnemingen verwijzen we naar de waarnemingenpagina van Natuurpunt Gent op deze website. Heel regelmatig vind je daar waarnemingen uit de Latemse Meersen.

latemse meersen vogels2